Stichting WIN-WIN

'WINNEN DOOR SAMENWERKING'

Blog

BLOG "KENNISDELING IN DE SPORT"

overzicht:  volledig / samenvatting

'Het Tienerbrein' (Jelle Jolles)

Geplaatst op 29 juni, 2018 om 10:05 Comments reacties (2)




In zijn boek 'Het Tienerbrein' besteedt Jelle Jolles een apart hoofdstuk aan het puberbrein in relatie tot de sport. Daarin geeft hij o.a. aan dat je voor bal- en teamsporten niet alleen motorisch goed moet zijn, maar ook vaardig en snel in waarnemen, taal, ruimtelijk denken en geheugen. 


Rol begeleiders

Bij sport scheppen de ouders en de coach of begeleider de voorwaarden voor groei. Zij zorgen ervoor dat de jongere positieve ervaringen kan opdoen. Omdat de sociale omgeving goede voorwaarden heeft gecreëerd kan de tiener zich ontplooien, want het brein kan optimaal rijpen en de vele hersennetwerken ontwikkelen zich daardoor: context shapes the brain. Sporten betekent net als spelen 'kunnen communiceren': met coach en scheidsrechter en met andere sporters binnen en buiten het team. Maar ook thuis moet een jonge speelster iets zinnigs kunnen zeggen over hoe een training ging. Ze moet dus taalvaardig zijn.


Leerervaringen

Alle informatie uit de omgeving, en trainingen, wordt door tieners opgeslagen binnen de hersenen. Op het sportveld uit zich dat in een net wat snellere reactie, een nauwkeuriger schot met de bal of een creatievere oplossing in een wedstrijd. Leerervaringen worden dus onthouden.


Het sportende brein ontwikkelt zich in meerdere dimensies:

- simpele en complexere motoriek, eenvoudige en complexere bewegingen

- coördinatie van bewegingen van ledematen en romp, balbehandeling, snelheid, kracht

- waarnemingsfuncties: auditief, visueel, ruimtelijk, haptisch (de tast betreffend), evenwicht

- plannen en handelen: kiezen, beslissen en handelen onder tijdsdruk, gebruik van een tactisch en een strategisch plan

- het begrijpen van de intenties van medespelers, tegenspelers en coach, kunnen samenspelen

- zelfinzicht en zelfregulatie, aanpassen van het eigen gedrag

- verwoorden van de eigen bedoelingen en kunnen communiceren 'wat er gebeurt' en 'wat de bedoeling is'

- frustratietolerantie, houding op het veld, motivatie, ambitie

- sociaal gedrag en attitude


Impulsiviteit

Naarmate een tiener ouder wordt, wordt hij steeds beter in het beheersen van zijn impulsiviteit. Impulsiviteit hangt samen met de ontwikkeling: de hersenen zijn nog niet zo goed in het afremmen van gedrag, maar de impulsremming ontwikkelt zich wel. En dat geldt ook voor de planning en het vermogen om te kiezen en te beslissen. Ook inzicht in andermans intenties moet je leren: thuis, op school en op het sportveld. Dat is lastig voor veel jeugdige sporters. Ze moeten naar eigen gedrag en functioneren kunnen kijken en bedenken wat bijv. de coach ervan vindt.


Routes

Coaching en begeleiding door volwassenen zorgt ervoor dat 'routes' worden gewezen. De tiener heeft vaak behoefte aan emotionele steun, maar ook aan gerichte begeleiding. Daarnaast is het belangrijk om hem uit te dagen en opties voor te leggen, inspiratie te geven. Een tiener heeft vaak moeite om in te schatten wat zijn capaciteiten zijn, met het stellen van prioriteiten, het vergelijken van de voors en tegens, het afwegen van de verwachtingen van de ouder of coach en het overzien van de consequenties. Veel kinderen van twaalf zijn nauwelijks in staat om 'morgen' te onderscheiden van 'overmorgen'. De termijn van 'over een week' is voor hen te abstract.


Empathie

Wat pas later in de adolescentie tot ontwikkeling komt, is het goed kunnen inschatten van andermans bedoelingen en eventuele emoties, en de vaardigheid om te gaan met de eigen vermoeidheid en pijn en die van anderen (empathie). Als coach moet je daarnaast oog hebben voor het feit dat een tiener soms móét rebelleren. Af en toe zelfs tot het twintigste jaar. Dat vraagt zijn brein van hem. Maar een volwassene hoeft dat niet te accepteren: je moet de jonge sporter vooral duidelijkheid geven over de zaken die in een sociale situatie wel en niet kunnen worden geaccepteerd.


'Grenzen verleggen' (Rick Lahaye & Thomas Waanders)

Geplaatst op 4 april, 2018 om 9:45 Comments reacties (0)


In hun boek 'Grenzen verleggen' leggen Rick Lahaye en Thomas Waanders de link tussen de (sport)wetenschap en de ervaringen van Olympisch- en wereldkampioenen. Hierbij wordt duidelijk dat wetenschappers het onderling niet altijd eens zijn met elkaar en dat de praktijk van (ex-)topsporters vaak anders is dan de theorie. Dit betekent dat er nog veel aanvullend onderzoek gedaan moet worden en veel winst te behalen valt binnen de (nog jonge) sportwetenschap. Door de recente ontwikkelingen, waarbij het brein een centrale plek heeft gekregen in de totstandkoming van topprestaties, kunnen oude 'vanzelfsprekendheden' uitgedaagd en mogelijk weerlegd worden. Daarnaast kunnen er, mede aan de hand van nieuwe ideeën en modellen, 'nieuwe' vragen gesteld worden.


Vermoeidheid

Als het gaat om vermoeidheid hebben mentale vermoeidheid en fysieke duurpresaties invloed op elkaar. Bij naderende uitputting nemen sporters hun besluit op basis van een kosten-baten analyse. Als de kosten hoger zijn dan de baten is er een sterke motivatie bij mensen om te stoppen met de benodigde inspanning. Sporters hebben een arsenaal aan technieken die ze kunnen gebruiken bij naderende uitputting. Zelfovertuiging ('ik kan'-overtuiging) kan het verschil maken tussen een 90%-topper en een absolute kampioen. Perceptie is een dynamisch samenspel van het lichaam, het brein en de omgeving. Sporters denken en nemen niet alleen waar met hun brein, maar met hun hele lichaam.


Slim trainen

Een uitgebalanceerd voedingspatroon is een belangrijke voorwaarde om grenzen te kunnen verleggen. Daarnaast is het belangrijk dat sporters leren welk voedingspatroon voor hen optimaal is. De ideale coach voor een sporter wordt gevormd door een combinatie van Indiana Jones en Mahatma Gandi. Ondanks de tweestrijd tussen presteren en gezondheid proberen sporters, hun begeleiders en organisatoren van evenementen gezondheidsrisico's te beperken. Het 'ijzer vreten' in trainingen kan beschreven worden als een gewenningsproces dat nooit went. Het draait om hard trainen, maar ook om slim trainen. 


'Talentvolle' hersenen

Veel ouders van (ex-)topsporters hebben 'gehamerd' op inzet oftewel: je best doen is belangrijker dan het resultaat. Hierin kunnen ouders zelf het goede voorbeeld geven. Meten heeft absoluut een voordeel bij talentidentificatie, maar het biedt geen garanties. Het is namelijk een assumptie dat talent te meten is en er kunnen sporters door het systeem 'glippen'. De weg naar grensverleggende prestaties wordt beinvloed door persoonlijke kenmerken, omgevingsinvloeden en het voorbereidingsproces. De schrijvers pleiten ervoor dat er meer aandacht komt voor het identificeren van 'talentvolle' hersenen. Dit kan bijvoorbeeld door hersenscans uit te voeren bij succesvolle topsporters of ze te testen op belangrijke cognitive functies, zoals de executieve functies (functioneren).


Tot slot geven Rick Lahaye en Thomas Waanders aan wat in hun optiek de grootste uitdaging van de 21e eeuw is nl. het verbinden van eilanden en samen wijzer worden. Hiermee bedoelen ze: het bouwen van bruggen tussen verschillende disciplines in de wetenschap, het verbinden van de sportpraktijk, het bedrijfsleven en de wetenschap en tot slot het leren van elkaar in verschillende sporten.


BELANGRIJKSTE INZICHTEN

- vermoeidheid is een emotie

- zelfovertuiging staat haaks op concentreren op taken

- zichzelf waarmakende voorspellingen spelen belangrijke rol

- eindspurt fenomeen weerlegt veel wetenschappelijk onderzoek

- er is een verschil tussen diepgaan in training en in een wedstrijd

- een goede wedstrijdanalyse (vooraf/achteraf) is van groot belang

- perceptie is een samenspel van lichaam, brein en omgeving

- de kracht van overtuigingen speelt een grote rol

- stimulantia (doping voor het brein) gaan in toekomst rol spelen

- dromen en (realistiche) doelen vullen elkaar aan

- succesvolle coaches investeren in eigen ontwikkeling

- de juiste snaar raken bij sporter blijft maatwerk

- topsporters leren vermoeidheid negeren en luisten slecht naar lichaam

- ook mentaal herstellen belangrijk (regelmatig afstand nemen van sport)

- grenzen tussen fysiek en mentaal vervagen

- rol ouders: onvoorwaardelijke steun, opofferingsgezind, goede voorbeeld

- grenzen verleggen vraagt denken in nieuwe paradigma's


'Mijn Stijl' (Toon Gerbrands)

Geplaatst op 3 januari, 2018 om 9:25 Comments reacties (0)


In zijn boek 'Mijn Stijl' adviseert Toon Gerbrands: treed andere werelden binnen ter inspiratie. Andere sporten bijvoorbeeld hebben andere benaderingen en dus ook een afwijkende manier van denken. Waar twee werelden elkaar ontmoeten, ontstaat een nieuwe derde wereld, dankzij de onderlinge beïnvloeding. In een andere wereld duiken kan ook het lezen van een interessant boek zijn. Inspiratie, en dus de uitdaging tot creatief denken of anders gaan denken, ligt overal.


Kennis

Ook geeft Toon Gerbrands in zijn boek aan dat bij de voetbalclub van de toekomst de opleiding zal worden gekenmerkt door samenwerking met organisaties die kennis kunnen genereren. Het vergaren, verwerken, organiseren en managen van kennis zal een speerpunt zijn. Nederland zal kunnen uitblinken op dit gebied en onderscheidend kunnen worden. Andere landen willen dan graag met ons samenwerken. Het delen van deze specifieke kennis levert inkomsten op voor de Nederlandse clubs. Daarnaast zal de topsport zijn expertise beschikbaar stellen aan andere organisaties (zoals ziekenhuizen) en de maatschappij. Daarmee wordt de balans tussen vraag (voorkeursbehandeling in ziekenhuizen voor topsporters) en aanbod (expertise beschikbaar stellen) hersteld.  


Topsportprogramma

Verder heeft de club van de toekomst een topsportprogramma waarin de speler met alle relevante onderwerpen in aanraking komt: financiele planning, koken, omgaan met gezondheid, mediacoaching, het effect van social media, mentale training, omgaan met cultuurverschillen, enzovoort. De club zal er alles aan moeten doen om de speler op alle gebieden, met name buiten het trainingscomplex, goed te begeleiden. Daar valt de grootste winst te boeken. De club is zelf verantwoordelijk voor dit programma. Het topsportprogramma is een onderwijssysteem rechtstreeks gekoppeld aan de dagelijkse vragen vanuit de topsport.


Trends

De belangrijkste trends als het gaat om maaatschappelijke ontwikkelingen voor de komende jaren omschrijft Toon Gerbrands als volgt:

- alles gaat sneller en is overal bekend

- de complexiteit neemt toe

- preventie wordt belangrijker dan revalidatie

- de rol van technologie zal nog belangrijker worden

- strategische allianties en samenwerkingsverbanden worden belangrijk

- globalisering van kapitaal en arbeid zet door

- multiculturalisme neemt toe

- de sportwereld wordt harder, meedogenlozer, sneller

- levenslange opleiding en ontwikeling zijn noodzakelijk

- de rol van genetica neemt toe

- maatschappelijk verantwoord ondernemen zal de nieuwe eis zijn


'Presteren!' (Maurits Hendriks)

Geplaatst op 8 maart, 2017 om 11:10 Comments reacties (0)



In zijn boek 'Presteren!' pleit Maurits Hendriks op vele terreinen voor samenwerking tussen verschillende sporten, én tussen de sportsector en andere sectoren. Zo pleit hij voor kennisontwikkeling in z'n algemeenheid en ziet hij de meerwaarde van innoveren vooral in het bewandelen van de weg daar naartoe. Daarnaast gelooft hij sterk in het goed begeleiden van coaches en ziet hij voor hen vooral een rol weggelegd in het creëren van de perfecte omstandigheden voor de sporters. Verder is hij ervan overtuigd dat de topsport niet zonder de breedtesport kan.


Van elkaar leren

Maurits Hendriks pleit in zijn boek 'Presteren' ook voor een meer bedrijfsmatige aanpak van sport. Dit betekent o.a. dat de financiële focus meer op kansrijke sporten komt te liggen en dat NOC*NSF zich van een beleidsorganisatie naar een expertise-organisatie ontwikkelt. Hierbij is het van belang dat de verschillende sporten van elkaar leren en dat door middel van omgevingsanalyses meer benchmarking plaatsvindt.


Wetenschap

Verder pleit Maurits Hendriks voor betere samenwerking tussen de sport en de wetenschap. Hij geeft hierbij het voorbeeld van de universiteiten van Leipzig en Keulen die zich in Duitsland nadrukkelijk bezighouden met topsport. Verder is het van groot belang dat coaches uit verschillende sporten samenwerken en van elkaar leren. Hiertoe heeft hij een 'Coachplein' ingericht op Papendal waar coaches kunnen netwerken, bijeenkomsten kunnen bijwonen en een kijkje bij elkaar in de keuken kunnen nemen. Dit alles vanuit de Nederlandse mentaliteit van kennis delen en elkaar willen helpen.


Programma

Het ondersteunen van coaches gebeurt ook op basis van een 'assesment' dat speciaal is ontwikkeld in samenwerking met Adviesbureau GITP.  Daarnaast heeft Maurits Hendriks een High Performance Team opgericht met een aantal prestatiemanagers. Hierin is o.a. Francesco Wessels opgenomen die een achtergrond heeft binnen Defensie. Verder is een 'Master Coach in Sports'-programma opgestart waarbinnen 140 coaches gedurende 200 dagen per jaar worden opgeleid. Doel van NOC*NSF hierbij is om sporters en coaches iedere dag beter te maken en een strategische aanpak van professionalisering in te voeren.

 

Geneeskunde

Een ander mooi voorbeeld van meer samenwerking binnen de sport is de aanpak rond de topsport geneeskunde. Dit werkveld bestond voorheen uit eilandjes en werkte niet volgens een bepaald systeem. Er is een topsportarts aangesteld met als taak het coördineren, verbinden en netwerken binnen de topsport geneeskunde. Verder is een aanvullende opleiding voor artsen in het leven geroepen in de vorm van een 'Masterclass Topsportarts' en is de band met de wetenschap sterker aangehaald. Daarnaast is er hard gewerkt aan de oprichting van een aantal CTO's in Amsterdam, Eindhoven en Papendal waarbinnen onderwijs, voorzieningen, begeleiding, accommodaties en medisch advies samen zijn gebracht.


Ontmoeting

Ook tijdens evenementen wordt de samenwerking tussen verschillende takken van sport gestimuleerd. Zo was er tijdens de Olympische Spelen van Rio in 2016 een 'TeamNL-lounge' in het Olympisch Dorp ingericht waar sporters uit verschillende sporten elkaar konden ontmoeten. Dit was onderdeel van het project 'TeamNL' met als doel de teamgeest tussen de Olympische sporters te vergroten. 


'Los' (Dennis van der Geest)

Geplaatst op 11 november, 2016 om 10:00 Comments reacties (0)



In het boek 'Los' van ex-judoka Dennis van der Geest en Jan Looman wordt o.a. de link gelegd tussen de sportsector en de psychologische/economische wetenschap aan de hand van het Model van Maslow. In het boek wordt een verband gelegd tussen het bereiken van de toestand van 'flow' in de topsport en de toestand van 'peak experience' (zelfontplooiing) in het Model van Maslow. 


Maslow

De theorie van Maslow bestaat uit een 'behoeftepiramide' met treden die van onderaf wordt opgebouwd. Het fundament van de piramide wordt gevormd door de lichamelijke basisbehoeften. Daarboven worden de daaropvolgende mentale behoeften gebouwd. De eerste behoefte moet vervuld zijn voordat je aan de volgende toe kunt komen.


Het model van Maslow bestaat uit de volgende treden:

1. lichamelijke behoeften

2. behoefte aan veiligheid en zekerheid

3. behoefte aan sociaal contact

4. behoefte aan waardering en erkenning

5. zelfontplooiing

Wanneer zelfontplooiing hetzelfde is als 'flow' is het dus duidelijk hoe je aan de vorm van de dag komt: stap voor stap, trede voor trede!


Piramide

In de praktijk van de topsport worden de treden van de piramide veelal niet stap voor stap genomen. Vooral in het bevredigen van de behoeften van Maslow gaat veel mis. Het gaat mis omdat belangrijke signalen worden genegeerd en omdat de onomstreden theorie niet wordt toegepast. In het boek 'Los' worden de treden van Maslow stap voor stap doorgenomen in relatie tot de topsport:

1. de lichamelijke conditie moet uiteraard optimaal zijn

2. de sporter moet zich veilig en zeker weten; op het moment van de wedstrijd en mbt de toekomst

3. van belang is een regelmatig contact met mensen die dichtbij staan, goed contact met de omgeving

4. de sporter behoeft waardering voor zijn eigenheid en zijn eigenzinnigheid

5. pas als de waardering er is, ondanks of dankzij de eigenzinnigheid, komt de sporter in een flow


De enige kritiek die de wetenschappelijke wereld op het Maslow-model heeft geuit is het gegeven dat er niets mee gedaan is. Het nieuwe in de sportwereld en het nieuwe in de psychologie is dat in het boek 'Los' het model van Maslow serieus is genomen en richtinggevend is gemaakt voor goed en fout in de topsport. De sportpraktijk kan hiermee beoordeeld worden.


Flow

Na het bezien van Maslows theorie in de sport, is de theorie in het boek 'Los' vervolgens herzien zodat die optimaal te gebruiken is in de sport. Als sporter en coach gaat het erom vroegtijdig impulsen en emotie te herkennen en die op de juiste wijze te beantwoorden. Hoe beter je leert omgaan met emoties, des te groter is de waarschijnlijkheid van het bereiken van de vorm van de dag ('flow'). Als het zo is dat de topprestatie komt op het moment dat de genoemde behoeften vervuld zijn, zorg er dan voor dát die behoeften vervuld worden! Dennis van der Geest en Jan looman zijn vervolgens praktisch op pad gegaan: zij zijn het gaan dóén. Daarbij diende zich praktische vragen op als: hoe weet je wanneer aan welke behoefte moet worden voldaan? Kunnen we dat zien, kan de sporter of zijn coach dat zelf bepalen? Het antwoord daarop bleek bedrieglijk eenvouding, zoals in het boel 'Los' is te lezen.


Jan Tromp (11-05-2016)

Geplaatst op 18 mei, 2016 om 10:30 Comments reacties (0)



Rotterdam Topsport is een netwerkorganisatie en ontwikkelt zich daarnaast ook steeds meer tot een samenwerkingsorganisatie. Dit betekent bijv. dat ook daadwerkelijk samen met andere steden (Den Haag, Dordrecht) programma's worden gefaciliteerd en gezamenlijk nationale en regionale talentencentra worden opgezet. Belangrijkste voordeel hierbij is volgens Jan Tromp (projectleider topsportverenigingen en talentencentra Rotterdam Topsport) de financiële winst.

 

Evenementen

Op landelijk niveau worden wel pogingen gedaan om het organiseren van evenementen te coördineren, maar over het algemeen gaan bonden en gemeenten hierin hun eigen weg. Bonden gaan vaak shoppen en het is over het algemeen moeilijk om afspraken met hen te maken. Dit heeft te maken met de wijze waarop bonden zijn georganiseerd, met een scheiding tussen bestuur en organisatie.Een nieuwe trend op het gebied van sponsoring is dat bedrijven als bijv. KPN projecten sponsoren binnen bepaalde sporten en voor de duur van maximaal 1 à 2 jaar. Een andere trend bij evenementen is dat een bond/stad de daadwerkelijke organisatie uitbesteed aan een gespecialiseerd bureau (bijv. Shivers). Dit vanwege hun specifieke kennis en expertise, en het overdragen van het exploitatie-risico.

 

Mensenwerk

In de samenwerking tussen Rotterdam Topsport, Rotterdam Sportsupport en de gemeente Rotterdam (afdeling Sport en Cultuur) heeft de gemeente de regie als opdrachtgever van de overige twee organisaties. Ondanks dat blijft samenwerken toch vooral mensenwerk en hangt veel af van de persoonlijke 'klik' tussen mensen. In het kader van het opzetten van de landelijke RTO's vanuit NOC*NSF is wel contact met andere sportbedrijven op bijeenkomsten op Papendal. Daarnaast is Rotterdam Topsport op bezoek geweest bij sportbedrijven in Eindhoven en Sittard. Probleem hierbij is dat iedere situatie/regio anders is en moeilijk te vergelijken. Zo is bijv. de rol van de provincie per regio anders (ook financieel), is er een verschil in specifieke kennis en een verschil in focussporten.

 

Win-win situatie

Bij samenwerken draait het er vooral om dat je ook daadwerkelijke samen dingen doet en dat er een win-win situatie ontstaat zoals bij RTO Metropool. Deze samenwerking is ontstaan uit een wens van betrokken partijen om één van de geplande landelijke CTO's in de regio te huisvesten. Hiertoe is in gezamenlijkheid een strategie opgesteld. Bovendien kan men hierdoor (direct) profiteren van de aanwezige kenniscentra binnen een grotere regio.

 

Stichting

Voor wat betreft de stichting zou het project 'Sportregie' in Rotterdam een mooi aanknopingspunt kunnen zijn. Bij dit project wordt door de gemeente in kaart gebracht welke partijen binnen de regio (in)direct betrokken zijn bij de sport. Doel hierbij is om deze partijen bij elkaar te brengen. Daarnaast is NOC*NSF in het kader van de ontwikkeling van de RTC's met het ministerie bezig om ook Combinatiefunctionarissen in het leven te roepen die zich richten op topsport (ipv breedtesport). Verder liggen de kansen voor de Stichting WIN-WIN vooral in regio's/middelgrote steden waar nog geen sportbedrijf als Rotterdam Topsport actief is.

 

Ten slotte zou Stichting WIN-WIN door middel van het schrijven van beleidsplannen of project-aanvragen een bijdrage kunnen leveren omdat (vrijwilligers)organisaties hierin niet veel tijd willen/kunnen investeren (mede vanwege de geringe kans op succes). Elk plan is een kans om partijen bij elkaar te brengen en te laten samenwerken. Onderzoek ook op welke gebieden geld beschikbaar is/komt bijv. vanuit het ministerie en focus je daarop.

 

Vrouwenvoetbal

Als het gaat om het stimuleren van vrouwenvoetbal op eredivisie-niveau in Rotterdam zou Stichting WIN-WIN contact op kunnen nemen met de betreffende personen bij Sport en Cultuur en Rotterdam Sportsupport die zich richten op vrouwenvoetbal. Daarnaast is Jan altijd bereid om mee te denken en het netwerk van Rotterdam Topsport hiervoor in te zetten, ondanks dat vrouwenvoetbal geen focussport is binnen het beleid.

Minke Booij (29-04-2016)

Geplaatst op 4 mei, 2016 om 10:00 Comments reacties (0)



Naast een aantal interessante inzichten in de huidige samenwerking binnen de topsport in z'n algemeenheid, en het (vrouwen)voetbal in het bijzonder, had Minke Booij (manager vrouwenvoetbal KNVB) nog een aantal waardevolle tips en adviezen voor Stichting WIN-WIN. Zo adviseert Minke o.a. om als stichting in het begin vooral relatief kleinere zaken op te pakken en concrete acties te ondernemen. Neem initiatief en kom met concrete plannen en oplossingen. Houd e.e.a. behapbaar, zorg dat het niet te groot wordt en maak keuzes. Richt je bijv. op een aantal projecten en laat concrete resultaten zien. Dat is belangrijk binnen de sportsector.

 

Netwerk

Bij het opbouwen van een netwerk is het vooral van belang om dit gericht te doen: weet bij wie je daadwerkelijk moet zijn. Het is belangrijker dat je de juiste mensen kent dan veel mensen, zodat de mensen uit jouw netwerk jou ook serieus nemen. Daarnaast zou het opstellen van een overzicht omtrent het totale sportlandschap in Nederland een meerwaarde kunnen bieden, zeker als je als een soort 'doorgeefluik/verbinder' wilt optreden. Of richt je op bepaalde thema's zoals het ondersteunen van sporters, realiseren van geschikte accommodaties of het opstellen van beleids- en visiestukken.


Jacco Eltingh (22-04-2016)

Geplaatst op 22 april, 2016 om 10:25 Comments reacties (0)



De samenwerking in de sport is de laatste jaren iets verbeterd volgens Jacco Eltingh (ex-tennisprof). Mooi voorbeeld hiervan is de Gelderse Sportfederatie die verbindingen legt tussen verschillende partijen binnen de sport. Er wordt echter nog te veel gepraat over het belang van sport in de maatschappij zonder dat er concreet meer geld richting de sport gaat. Bovendien wordt er nog te weinig kennis gedeeld en wordt het wiel nog te vaak opnieuw uitgevonden.


Taal

Het grootste probleem zit in de structuur en de verdeling van het geld hierbinnen. Ook is het verschil in kennis en vaardigheden tussen sportorganisaties en andere organisaties nog te groot: sportorganisaties hebben weinig kennis over bijv. de zorgsector en zorginstellingen spreken de taal van de sport niet. Daar komt bij dat het organiseren van sportactivtieiten over het algemeen geen winstgevende activtieit is (geen verdienmodel) en men sterk afhankelijk is van de ureninzet van een aantal professionals en vooral van de inzet van vrijwilligers.


Duidelijkheid

Daarnaast bestaan er veel partijen die zich op verschillende niveaus bezig houden met sport: NOC*NSF, bonden, sportservices, verenigingen, rijksoverheid, provincies, gemeenten. En het is niet altijd duidelijk wie waarvoor precies verantwoordelijk is. De provincie Gelderland pakt wel duidelijk haar aanjaagfunctie op waardoor het duidelijk is dat 'wie betaalt, bepaalt'. Zij faciliteren, brengen mensen bij elkaar, delen/halen kennis, organiseren sportbeurzen, betrekken de zakelijke markt, organiseren site-events bij grote evenementen, kijken naar het effect van sport op toerisme en hebben 6 kernsporten benoemd. Bij Sportservice Amsterdam zijn ze ook erg fanatiek, maar zij lopen weer het gevaar dat ze te ver voorop gaan lopen. Het zou beter zijn als zij hun sportprogramma bijv. zouden kunnen delen met Rotterdam.


Professionalisering

Tennisevents (het bedrijf van Jacco) denkt ook regelmatig mee over hoe sportstimuleringsprojecten goed kunnen worden uitgedacht waardoor er één goed doorlopend traject ontstaat ('custumer journey') waarbij de tevredenheid van de deelnemers tot en met een langdurig lidmaatschap bij een vereniging wordt gemeten, in de juiste volgorde uitgezet. Daarbij is het opzetten van een goede database essentieel. Daarnaast werkt Tennisevents bij het organiseren van tennisevenementen voor de KNLTB veel samen met Menzis vanuit Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). Dit biedt grote kansen omdat een bedrijf zakelijke doelstellingen hanteert en een andere cultuur inbrengt in de sportwereld. Zo zou iedere bond bijv. ook een 'hoofdsponsor' (partner) aan zich moeten verbinden: niet (alleen) vanwege het geld, maar ook vanwege de kennis en het bereik dat een bedrijf kan bieden bij het professionaliseren van de organisatie binnen de bond.


Buiten kaders

Binnen het tennis is ook een verbetering waar te nemen als het gaat om samenwerking binnen de sport. Zo heeft Alex Reijnders (voormalig coach van Jacco) een aantal tennisscholen opgezet met een kwaliteitskeurmerk. Alleen worden de veranderingen binnen het tennis nog steeds binnen de bestaande structuur vorm gegeven waardoor er niet écht wezenlijk iets verandert. Jacco probeert dat zelf anders te doen door bijv. in het kader van de AFAS Tennis Classis veel samen te werken met het bedrijf AFAS en veel af te kijken bij dit bedrijf als het gaat om het opzetten van een organisatie. Daarnaast helpt het als meer mensen in verenigingen buiten hun eigen kaders zouden kijken en bijv. op bezoek gaan bij andere commissies, andere verenigingen etc. (zie bijv. het TV-programma 'Undercover Boss'). Dit is echter niet gebruikelijk in de sportwereld.


Stichting

Als het gaat om Stichting WIN-WIN adviseert Jacco om aan te haken bij bestaande structuren en organisaties zodat de stichting niet gewoon weer de zoveelste nieuwe organisatie binnen de sport wordt en bijv. alleen een aantal bijeenkomsten per jaar organiseert. Bepaal op welk 'level' (verenigingen, sportbedrijven, bonden, landelijk) je wilt opereren en ga vervolgens op zoek naar je stakeholders. Wees daarnaast transparant en duidelijk over je verdienmodel, intenties etc. zodat mensen niet gaan twijfelen over je oprechtheid en om vooroordelen te voorkomen. Hiermee wek je vertrouwen, wat weer essentieel is om zélf te kunnen gaan samenwerken met andere partijen. Vertrouwen wekken en je kwetsbaar opstellen zijn namelijk twee van de kernwaarden als het gaat om succesvol samenwerken.


'Bondscoach!' (Gyuri Vergouw)

Geplaatst op 25 maart, 2016 om 9:35 Comments reacties (0)


Om het inzicht in het trainersvak te vergroten heeft Gyuri Vergouw in zijn boek 'Bondscoach!' een aanpak ontwikkeld onder de titel 'MASTERPLAN'. Elke letter van dit woord is de beginletter van een onderwerp of activiteit waar een coach aandacht aan moet besteden wil zijn team succes hebben:


Missie

Aanpak

Selectie

Teambuilding

Evaluatie

Reputatie en relaties

Pers

Leiderschap

Assistenten

Nederlandse school


Bondscoach

Al ruim 15 jaar publiceert Gyuri Vergouw over het Nederlands elftal, waarbij hij altijd probeert uit te zoeken of trainers en spelers zinnige of onzinnige dingen zeggen. Daarom is hij op zoek gegaan naar antwoorden op de vele vragen die bij coaches leven. Gyuri Vergouw wil na al die jaren van onderzoek, waarin hij wedstrijden bezocht en analyseerde, tv-beelden bekeek, statistische analyses maakte en interviews afnam bij (ex-)profs, trainers en wetenschappers, antwoord geven op die ene belangrijke vraag die bij zestien miljoen Nederlandse voetbalcoaches leeft: 'weet ik het écht beter dan de bondscoach?'. Kortom: auteur en adviseur Gyuri Vergouw legt het functioneren van de bondscoach van Oranje met dit boek onder het vergrootglas.


Doelen

Gyuri Vergouw geeft in zijn boek 'Bondscoach!' aan dat het belangrijk is om binnen de sport, net als daarbuiten, een missie en strategie op te stellen. Hierbij citeert hij o.a. oud-honkballer Robert Eenhoorn die in Amerika heeft geleerd om zich, vanuit een topsportmentaliteit, sterk te richten op concrete resultaten en doelen. Maar ook vanuit de Nederlandse voetbalwereld benadrukken mensen als Rinus Michels (strategie) en Louis van Gaal (totale mensprincipe) al jaren het belang hiervan. Tactiek betekent het zo goed mogelijk gebruik maken van de beschikbare middelen (irt de sterkten/zwakten van het team). Het formuleren van doelstellingen, en commitment van de leiding én de teamleden, spelen hierbij een belangrijke rol (net als in organisaties buiten de sportwereld). Rinus Michels schreef zelfs een boek over het belang van teambuilding en leiderschap, en gaf hierin aan dat teambuilding de route naar het succes mogelijk maakte.


Evaluatie

Daarnaast geeft Gyuri Vergouw in zijn boek aan dat evalueren in de sportwereld, net als daarbuiten, zeer belangrijk is voor het borgen van prestaties en het voortbouwen hierop. Als voorbeeld haalt hij hierbij het Duitse voetbal aan, met name als het gaat om hun aanpak rond de fitheid van spelers en het nemen van strafschoppen. Hierdoor winnen Duitsers vaak wedstrijden in de laatste minuut, na verlenging of via een strafschoppen-serie. Daarbij wijst Gyuri Vergouw ook op de moeizame relatie tussen de Nederlandse voetbalwereld en het aspect van 'mental coaching'. Dit terwijl coaches uit andere sporten, zoals Marc Lammers en Robin van Galen, al jaren met succes gebuik maken van sportpsychologen en de factor stress bij het nemen van strafschoppen vaak duidelijk een beslissende rol speelt.


Analyse

Verder haalt Gyuri Vergouw het voorbeeld van Noorwegen aan als land waar in de voetbalsport veel gebruik wordt gemaakt van statistieken en het analyseren van standaardsituaties en verlengingen. Dit terwijl volgens hem het conservatisme binnen het Nederlandse voetbal overheerst en er geen innovatie en ontwikkeling (meer) plaatsvindt. Coaches worden vaak geselecteerd op basis van reputatie met een hoog 'ons kent ons'-gehalte en er wordt nauwelijks met een kritische blik gekeken naar het daadwerkelijk functioneren van betreffende coaches. 


Leiderschap

Als het om leiderschap in de sport gaat put Gyuri Vergouw zowel uit de sport- als de managementliteratuur (zoals bijv. de boeken van Peter Drucker). Bij het onderdeel 'Assistenten' refereert hij vooral aan de taak- en functiegerichte assistenten uit de Amerikaanse profcompetities als de NFL en de MLB. Daarnaast concludeert Gyuri Vergouw in zijn boek dat bij de opleiding binnen de Nederlandse School de nadruk vooral ligt op techniek ipv winnen en dat er een bepaalde 'arrogantie' binnen de voetbalwereld bestaat als het gaat om het gebruik maken van wetenschappelijk onderzoek.  


'Winnen, van talent naar topspeler' (Hans van Breukelen)

Geplaatst op 18 maart, 2016 om 11:40 Comments reacties (0)



In zijn boek 'Winnen, van talent naar topspeler' stelt oud-keeper Hans van Breukelen dat voetbal eigenlijk een 'denksport' is. Niet zijn fabelachtige techniek onderscheidt bijv. Messi van alle andere topvoetballers, maar het feit dat hij tijdens een wedstrijd continu de juiste keuzes maakt: links óf rechts de man passeren, de keeper omspelen óf met een stiftje de bal over de keeper heen wippen, de bal afspelen óf voor je eigen kans gaan etc. 


Mental coaching

Hans van Breukelen baseert zijn stelling op bevindingen die hij doet zowel binnen als buiten de voetbalwereld. Hij begint zijn boek met de driehoek sport, wetenschap en bedrijfsleven en houdt een pleidooi voor meer mental coaching in de voetballerij. Hij refereert daarbij aan gesprekken die hij heeft gevoerd met belangrijke personen uit de voetballerij, zoals Louis van Gaal die zijn spelers wekelijks een vragenlijst over stressfactoren laat invullen, Guus Hiddink die een mental coach vooral ziet als adviseur van de trainer en Bert van Marwijk die aangeeft dat bij mental coaching rekening moet worden gehouden met de voetbalcultuur en een vertaalslag moet worden gemaakt naar de voetbalpraktijk.


Daarnaast laat Hans van Breukelen in zijn boek personen van buiten de voetballerij aan het woord zoals professoor Nico van Yperen die aangeeft dat belangrijke succesfactoren voor voetballers doelcommitment en omgaan met tegenslagen zijn. Of de Engelse sportpsycholoog Bill Beswick die in zijn boek 'Focused on Football' uitgaat van vijf stappen op weg naar compleet presteren: levensstijl, fysiek, techniek, mentaal en emotioneel. Hans van Beukelen pleit dan ook voor mentale training als standaard onderdeel van de jeugdopleiding. Deze stelling wordt ondersteund door voetbalcoach én bewegingswetenschapper Raymond Verheijen die aangeeft dat fysiek en mentaal niet los van elkaar kunnen worden gezien omdat ze allebei onderdeel uitmaken van één lichaam.


Gescheiden werelden

Het probleem op dit moment is echter dat de wetenschap en topvoetbal nog twee totaal gescheiden werelden zijn: de intelligente/introverte wetenschap versus de praktische/straatslimme voetbalwereld. Het blijkt nog lastig om de theorie naar de praktijk te brengen en de abstracte informatie over te brengen. Daarmaast is de sportpsychologie nog een jonge wetenschap en is er nog relatief weinig onderzoek op dit gebied verricht.


Voetbaldenken

Hans van Breukelen introduceert in zijn boek het concept van 'Voetbaldenken': ons lichaam is een eenheid, de spieren zijn 'slaven' van de hersenen, voetbal is een denksport en het maken van de juiste keuzes in het veld bepalen het prestatieniveau. Voetbaldenken wordt verstoord door 'niet-voetbal-gedachten': een gemiddeld mens is zich van 10% van zijn handelingen bewust, de overige 90% gebeurt onbewust (op intuïtie). Bij voetbaldenken draait het om de volgende zaken: doelen stellen, doelcommitment tonen, teamrollen begrijpen, taken uitvoeren, juiste voeding kiezen, arbeid-rustverhouding, gedachten filteren, mogelijkheden zien, keuzes maken, improviseren, leren van fouten en voetbalhandelingen verrichten.


Neuropsycholoog Erik Matser geeft in het boek aan dat talenten vanaf de puberteit getest kunnen worden op ruimtelijk inzicht, lerend vermogen en snelheid van informatieverwerking. Daniel Coyle geeft echter aan dat talent niet aangeboren is, maar groeit door volledig toegewijde, grensverleggende en gerichte training (en dus effectieve coaching). Deze eigenschappen kunnen op hun beurt ook weer gemeten worden.


Doelen

Een andere belangrijke factor die Hans van Breukelen in zijn boek aangeeft voor het slagen van talent is motivatie en het stellen van doelen. Daarbij is het opdelen van resultaatdoelen in (SMART) procesdoelen essentieel. In het boek worden verschillende topvoetballers/-trainers aan het woord gelaten over hoe belangrijk het stellen van doelen voor hen is geweest bij het bereiken van de absolute top. Daarbij hoort tevens een integrale voetbalaanpak: clubdoelen vertalen naar teamdoelen en vervolgens teamdoelen vertalen naar doelen per speler, per wedstrijd en per wedstrijdfase.



Rss_feed